1.1 De planning en control-cyclus
De uitvoeringsagenda bepaalt vier jaar lang de richting voor de P&C-cyclus met elk jaar een kadernota, een programmabegroting, een voorjaarsnota, een najaarsnota en een programmarekening (jaarstukken). Jaarlijks geeft de kadernota het financieel perspectief aan voor het komend begrotingsjaar en de jaren daarna, middels de (meerjaren)programmabegroting. In de voorjaarsnota, de najaarsnota en de jaarstukken legt het college verantwoording af over het financieel beheer en het beleid dat is gevoerd. In onderstaande figuur is de planning- en controlcyclus weergegeven.

Voorjaarsnota 2025/Kadernota 2026
De voorjaarsnota 2025/kadernota 2026 is een belangrijk beleidsdocument voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het document bestaat, net als vorig jaar, uit een deel voorjaarsnota en een deel kadernota, waarbij het onderdeel 'toekomstbestendige gemeentefinanciën' onderdeel uitmaakt van de kadernota. Dit biedt immers nadere duiding en invulling van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief.
De voorjaarsnota 2025 is een uitwerking van de uitvoeringsagenda 2022-2026 "Bouwen aan de toekomst". De voorjaarsnota leidt tot bijstelling van budgetten en investeringen en daarmee ook begrotingswijzigingen. Hiermee ontstaat een bijstelling op de primaire begroting 2025. Het accent ligt in de voorjaarsnota vrijwel uitsluitend op afwijkingen in het beleid en de mogelijke financiële effecten hiervan.
De kadernota 2026 geeft een overzicht van de financiële kaders voor de komende jaren. De nota bevat onder meer de kaders die noodzakelijk zijn voor het opstellen van de begroting 2026. Evenals vorig jaar is ook voor het begrotingsjaar 2026 (en verder) een traject doorlopen in het kader van toekomstbestendige gemeentefinanciën (fase 2). Dit heeft te maken met de onverminderde onzekerheid met betrekking tot de meerjarige gemeentefinanciën. Waar "het ravijnjaar 2026" middels genomen, danwel voorgestelde, maatregelen opgevangen lijkt te kunnen worden nemen de onzekerheden voor de daaropvolgende jaren vooralsnog niet af.
Uitwerking toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 2
In verband met de grote onzekerheden gedurende het kadernotaproces, voornamelijk vanwege Rijksmaatregelen (denk hierbij bijvoorbeeld aan "komt er compensatie voor het ravijnjaar?", "worden er middelen vrijgemaakt op basis van het rapport van de commissie Van Ark?", "wordt het (nadeel)effect van de herverdeling van het gemeentefonds doorgevoerd en op welke wijze?"), heeft het college een viertal scenario's uitgewerkt (zie tabel hieronder). Van Scenario (1) waarbij met een zo beperkt mogelijke set met maatregelen het eerstvolgende begrotingsjaar (2026) sluit en een oplopend tekort wordt gepresenteerd tot Scenario (4) waarbij ook 2027 een sluitend begrotingssaldo laat zien en 2028/ 2029 met een overbrugbaar tekort, met inachtneming van de mogelijkheid tot het inzetten van de algemene reserve als dekking, cf. BBV-regel.
X € 1.000 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
Scenario 1 | 0 | -1.000 | -4.000 | -5.000 |
Scenario 2 | 0 | 0 | -3.000 | -4.000 |
Scenario 3 | 0 | 0 | -2.000 | -3.000 |
Scenario 4 | 0 | 0 | -2.000 | -2.000 |
Met het oog op de grote onzekerheden voor de lange termijn én de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 heeft het college scenario 2 laten uitwerken, waarbij toegewerkt is naar een sluitende begroting voor 2026 en 2027 en begrotingstekorten van maximaal € 3.000.000 voor 2028 en € 4.000.000 voor 2029. De uitwerking van de voorgestelde maatregelen en niet door te voeren maatregelen zijn uiteengezet in het onderdeel "toekomstbestendige gemeentefinanciën".
Samenvatting resultaten
Onderstaand treft u een overzicht aan van de verwachte resultaatontwikkeling voor 2025 en de meerjarenbegroting 2026 en verder:
Exploitatie x € 1.000 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|---|
Begroting '25/ NJN '24 | 1.615 | -88 | -927 | -3.537 | -3.537 |
Effect septembercirculaire | -566 | -667 | -86 | -41 | -41 |
Effect decembercirculaire | 134 | 199 | 339 | 481 | 481 |
Effectuering herverdeling gemeentefonds | -835 | -1.670 | -2.505 | ||
Saldo vóór TBGF fase 2 | 1.182 | -555 | -1.510 | -4.767 | -5.602 |
Maatregelen TBGF fase 2 | 1.062 | 1.528 | 1.568 | 1.578 | |
Saldo ná TBGF fase 2 | 1.182 | 507 | 19 | -3.198 | -4.024 |
Mutaties VJN/ KN | 74 | -383 | 75 | -205 | -388 |
Saldo KN 2026 | 1.256 | 124 | 94 | -3.404 | -4.411 |
Indicatie impact voorjaarsnota Rijk en bijstelling rentepositie
X € 1.000 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|---|
Voorjaarsnota Rijk | 700 | 2.500 | 2.500 | 1.000 | 1.000 |
- demping ravijn | 900 | 900 | 900 | 900 | |
- jeugd | 700 | 1.600 | 1.600 | 100 | 100 |
Bijstelling rentepositie | -1.500 | -2.000 | -2.500 | -3.000 | -3.500 |
In de Voorjaarsnota van het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van demping van het ravijn én compensatie voor jeugd. De exacte bedragen volgen uit de meicirculaire en worden in de begroting (en najaarsnota) verwerkt. In het cijferbeeld bij de kadernota (en voorjaarsnota) is dit niet opgenomen. Bovenstaande tabel geeft een indicatie van de omvang van het bedrag dat naar verwachting het aandeel ten behoeve van de gemeente Pijnacker-Nootdorp zal zijn.
In de begroting 2025 is, op basis van inzichten over de afgelopen jaren, het renteresultaat aanzienlijk naar boven bijgesteld. Hierover is in de informatienota bij de begroting nadere informatie gegeven en is ook het risico benoemd:
"De rentebaten schatkistbankieren zijn in de begroting 2025 ten opzichte van de Kadernota 2025 geactualiseerd naar de laatste inzichten. Als gevolg van een snel gestegen marktrente sinds september 2022 van 0% naar 3,66% eind 2e kwartaal 2024 en het positieve rekeningcourantsaldo schatkistbankieren kunnen de kort termijn renteopbrengsten worden verhoogd in de meerjarenraming. "
"LET OP: de rentebaten zijn gemaximeerd. Oftewel bij teruglopen schatkistbankieren is direct sprake van een negatief rente-effect. Het is verstandig toekomstig bij (grote) besluiten/ projecten (zoals SCC, Klapwijk, grondaankopen) verminderde rentebaten als onderdeel van het besluit mee te nemen."
Inmiddels is het beeld dat zowel het saldo schatkistbankieren als het rentepercentage aan het teruglopen is. Op basis van de huidige inzichten zijn de financiële gevolgen gekwantificeerd, zoals bovenstaand uiteengezet. Voor een deel, namelijk de rentestanden, is dit niet beïnvloedbaar. Voor een ander deel zijn deze gevolgen beïnvloedbaar, door het goed inrichten van de treasuryfunctie en de meerjarige financieringsstrategie te optimaliseren. Het genereren van positieve kasstromen (zoals het verkopen van gronden), uitstel van investeringen, hogere rentestanden voor spaarrente of lagere leningrente kunnen een positief effect op deze prognose opleveren. Verdere daling van de rente (of stijging van de leningrente) of stijging van de uitgaven kunnen deze prognose nog negatief beïnvloeden. Bij gelijkblijvende omstandigheden dienen genoemde bedragen bij de najaarsnota en/ of begroting te worden verwerkt.
Onzekerheden en risico's
De voornaamste onzekerheden en risico's voor de financiële positie van de gemeente zijn:
(Opschuiven) Ravijnjaar
Herverdeeleffect
OZB ruimte
Aanbestedingen openbare ruimte
Kosten(beheersing) Sociaal domein
Renteontwikkeling/ treasuryfunctie
(Opschuiven) Ravijnjaar
Met de voorjaarsnota van het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld voor het 'dempen van het ravijn'. Dit levert naar verwachting middelen op die bij de meicirculaire gekwantificeerd (kunnen) worden. Over de gevolgen hiervan, inclusief de bijstellingen van de indexeringen, wordt de Raad tussentijds geïnformeerd en deze worden bij de begroting verwerkt. Naar de huidige inzichten betekent de voorjaarsnota van het Rijk geen structurele demping maar een verschuiving van het ravijn van 2026 naar 2028.
Herverdeeleffect
Middels de informatienota ‘Verdeelmodel gemeentefonds’ van 11 maart 2025 is de Raad geïnformeerd over het voornemen van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om per 1 januari 2027 een volgende stap te willen zetten met betrekking tot het ingroeipad van het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds. Het Rijk stelt voor met ingang van 2027 het ingroeipad met € 15 per inwoner verder door te voeren. In ons geval zou dat betekenen dat we in 2027 ruim €800.000,- minder uit het gemeentefonds ontvangen, oplopend tot €2,5 miljoen in 2029 en uiteindelijk €7,4 miljoen in 2035.
OZB-ruimte
Ten opzichte van het (generieke) kortingspercentage waar het Rijk mee rekent op de algemene uitkering van het gemeentefonds voor de lokale belastingcapaciteit zijn de OZB-percentages bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp laag. Op totaalniveau is dit, op basis van de cijfers van 2025, meer dan 30% lager. In de begroting 2025 zijn de OZB-opbrengsten ca. € 12,5 miljoen, terwijl de opbrengst met toepassing van de generieke percentages ca. € 16,5 miljoen zou zijn.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft aangekondigd de stijging van de OZB aan banden te willen leggen. Ook voor onze gemeente kan dit betekenen dat er beperkingen worden opgelegd.
Aanbestedingen openbare ruimte
Meerdere overeenkomsten in in de openbare ruimte lopen af, waarbij de verwachting is dat nieuwe aanbestedingen op basis van het bestaande beleid door onder andere sterk stijgende prijzen de komende jaren leiden tot aanzienlijk oplopende (structurele) kosten per jaar. Middels de informatienota 1561056 Kostenontwikkeling beheer openbare ruimte, dd 13 mei 2025, is de Raad hierover geïnformeerd. Één van de eerste overeenkomsten die moet worden aanbesteed betreft straatreinigen. De verwachte meerkosten bedragen bij bestaand beleid ca. € 271.000 per jaar. Het college komt voor de begroting met een informatienota over de oplopende kosten in relatie tot de (beeld)kwaliteit.
Kosten(beheersing) Sociaal domein
Binnen het Sociaal domein is in 2024 een zogenoemde 'nullijn' afgesproken. Dit houdt in dat budgettaire aanpassingen waarvoor geen specifieke dekking beschikbaar is, binnen de bestaande budgetten moeten worden opgevangen. Concreet betekent dit dat de budgetten in programma 7 zijn bevroren op het niveau van de najaarsnota 2023. Wel worden de gemeentebrede prijsindexatie en het areaal jaarlijks toegepast. Voor eventuele middelen uit het Gemeentefonds, die bedoeld zijn ter compensatie van toegenomen kosten van taken binnen het sociaal domein (drie decentralisaties) wordt naast allocatie binnen het Sociaal Domein een verdere integrale afweging gemaakt.
Om binnen dit financiële kader te blijven, is het Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025–2028 opgesteld. Dit plan is op 27 mei 2025 door uw Gemeenteraad vastgesteld. De verwachte besparingen uit dit plan zijn verwerkt in zowel de Voorjaarsnota 2025 als de Kadernota 2026. De budgetten binnen programma 7 zijn in lijn gebracht met de taakstelling zoals die is vastgesteld in het Interventieplan. De toereikendheid van deze budgetten hangt af van het succes van de voorgestelde maatregelen.
Renteontwikkeling/ treasuryfunctie
Afgelopen jaren zijn de rentebaten (te) voorzichtig begroot. Dit gaf aanleiding voor een aanzienlijk bijstelling naar boven bij de begroting 2025 tot ca. € 3 miljoen. De realisatie van de rentebaten bedraagt over 2024 € 3,5 miljoen. Echter, de neerwaardse rente-ontwikkeling en het teruglopende saldo bij schatkistbankieren brengen substantiële financiële risico's met zich mee op zowel korte als lange(re) termijn. Bovenstaand, onder 'Indicatie impact voorjaarsnota Rijk en bijstelling rentepositie', is een indicatie gegeven van het financiële effect en de vervolgacties.
Financiële huishouding
Gezien de hierboven genoemde onzekerheden en risico's is voorzichtigheid geboden. Zeker als het gaat om structurele en/of meerjarige besluiten is het niet altijd mogelijk bepaalde verplichtingen aan te gaan. Dit vraagt terughoudendheid bij keuzes met financiële gevolgen.
Eneco stelpost
In het investeringsplan 2020-2025 is (afgerond) € 1,7 miljoen structurele begrotingsruimte ontstaan. Dit bedrag is gelabeld als stelpost ‘Eneco-gelden’. Deze middelen zijn conform onderstaande tabel ingezet. Met de reeds genomen besluiten waarbij dekking uit de stelpost Eneco-gelden is toegepast is deze stelpost per 2027 volledig ingezet.
Let op: zoals reeds gecommuniceerd in de reactie(s) op het recente rekenkameronderzoek en de eerder verleende ambtelijke bijstand over dit onderwerp moet de stelpost Eneco-gelden niet worden verward met de inzet van de Eneco-middelen (onder andere ten behoeve van reserves afschrijvingslasten).
Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|---|
Beschikbare stelpost Enecogelden | 1.674 | 1.674 | 1.674 | 1.674 | 1.674 |
inzet: | |||||
Uitwerking participatiebeleid | -250 | -250 | -250 | -250 | -250 |
Handhavingsuitvoeringsplan BOA 2023 | -498 | -498 | -498 | -498 | -498 |
Verbreden sport- en cultuurfonds | -67 | -67 | -67 | -67 | -67 |
Intensivering toezicht en handhaving project emissieloze kas | -50 | -50 | -50 | -50 | -50 |
Integraal veiligheidsplan | -190 | -190 | -190 | -190 | -190 |
Ondersteuning Kinderburgemeester | -22 | -22 | -22 | -22 | -22 |
doorstroommakelaar | -60 | -60 | -60 | -60 | -60 |
alloceren SCC | -233 | -537 | -537 | ||
Herstelplan belangrijke functies en org-ontwikeling | -265 | -375 | -305 | ||
Ganzenbeheerplan | -41 | -121 | |||
Versnelling verkeersveiligheid | -125 | ||||
Gemeentebreed verkeersonderzoek | -35 | ||||
Verkeersmaatregel Zijdeweg | -25 | ||||
Jongerenontmoetingsplekken | -5 | -10 | |||
Restant stelpost | 41 | 31 | 0 | 0 | 0 |
In het kader van toekomstbestendige gemeentefinanciën kunnen ook van een aantal van bovenstaande onderwerpen, die ten laste van de stelpost Enecogelden zijn gebracht, worden (her)overwogen.
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een weergave van de voortgang van de lopende begroting, over 2025. De genomen collegebesluiten en enkele autonome ontwikkelingen zijn financieel verwerkt. In het onderdeel "Voortgang per programma" wordt per programma de voortgang van de onderwerpen uit de begroting toegelicht.
Hoofdstuk 3 geeft het financieel kader voor bij de begroting 2026. Dit hoofdstuk, gecombineerd met hoofdstuk 4 (kadernota), hoofdstuk 5 (toekomstbestendige gemeentefinanciën) en hoofdstuk 6 (ontwikkeling vermogenspositie) bepalen het financieel kader welke verder wordt uitgewerkt bij de begroting 2026. In hoofdstuk 4 is, evenals de "Voortgang per programma" bij de voorjaarsnota, met het onderdeel "nieuw en gewijzigd beleid" een extra afwegingskader aan dit boekwerk toegevoegd. Hoofdstuk 6 geeft een weergave van de effecten op het vermogen van de verwerkte ontwikkelingen/ mutaties (dus exclusief hoofdstuk 5, toekomstbestendige gemeentefinanciën).
